E v Beinum DebussyIk geef muziektherapie aan mensen met dementie of ouderen die het contact met de muziek zijn verloren. Ik probeer muziek op maat te vinden die aansluit bij de persoonlijke beleving om daarmee de communicatie te bevorderen en de kwaliteit van leven te verbeteren.

Hieronder een verslag van een recente sessie in zorgcentrum De Marke in Bergen. Voor de doorbijters: elk muziekstuk, en de emoties en gedrag die daar uit voorkomen, worden besproken en toegelicht. Zoals blijkt, kan het juiste muziekstuk het contact openbreken.

Het is nog een warme dag in september. Mevrouw Hamer zit gekleed op bed met een donkere zonnebril op – raam open, gordijnen dicht. De atmosfeer is wat bedompt en mevrouw is verward over ons plotselinge bezoek. Aan de muur hangen kleine ingelijste pentekeningen met portretten van Beethoven, Mozart en Schubert. Hoe moeilijk kan het zijn? Hier is duidelijk iemand die van klassieke muziek houdt.

Ik vraag mevrouw wat over vroeger – geboren in Voorburg, opgegroeid in ‘s Gravenhage. Vroeger veel kinderliedjes gezongen over “ganzen en kippen”. Er werd veel gespeeld thuis op piano, viool en af en toe orgel. Zoveel is duidelijk. We beginnen.

Ik begin met het zachte, uitnodigende “Impromptus” van Schubert (Op. 90, D 899 – #3) zeer sensueel beroerd door pianist Murray Perahia. Een zwaar romantisch en wat droef muziekstuk, misschien toch uiteindelijk wat te donker voor een eerste kennismaking.

Ze vindt het muziekstuk nogal veel trillen en vraagt nogmaals wat de bedoeling is van deze bijeenkomst. Na mijn uitleg, vertelt ze dat ze uit een muziekfamilie komt – grootouders waren “tuinlieden” en dol op muziek. Vooral orgel.

Maar intuïtief kies ik toch voor een pianostuk. Mevrouw Hamer maakt een zachte, intelligente indruk op me en blijkbaar past daar dan Chopin’s Nocturne #20 bij. Zo lyrisch, aarzelend en vol stilte Chopin kan zijn – zo beschrijft zij de muziek als “verzachtend”, alsof “er iemand over je haren strijkt.”

Tijdens track 3 gaat het mis. Die opmerking over orgel wilde ik toch nog benutten, maar het had een averechts effect. Feike Asma op het orgel van de Oude Kerk in A’dam met Bach’s “Jesu, joy of men’s desiring”. Een oude mono LP opname uit 1951 met veel ruis gedigitaliseerd. “Zacht, erg zacht. Het trillerige erin vind ik niet zo mooi.”

Ik probeer er nog een: Ton Koopman met Bach: “Toccata & Fugue” BWV 565 – Fuge. Het heeft toch wel iets erg droefs, zo’n eenzaam orgel in een lege kerk. Maar dat ben ik. Mevrouw Hamer zegt onmiddelijk: “Het lijkt wel alsof ik op een rails loop. Maar de akkoorden vind ik niet mooi – je hoort de weerklanken plus de acoustiek van het gebouw.”

Kijk, dat is iemand die echt luistert. Ze heeft gelijk. Er zit inderdaad een enorm tempo in dit stuk – je kent het soms van Bach. Die dendert en draaft maar door – ze zit op de rails en er is nauwelijks adempauze in deze uitvoering. En alles is met veel echo en galm opgenomen; niet de acoustics waar zij op dit moment behoefte aan heeft.

Ik ga weer terug naar wat zachts en bekends: Beethoven’s “Pathétique” (Adagio Cantabile, piano sonata #8 In C Minor, Op. 13). Ze reageert niet direct op het stuk maar vertelt nogmaals over haar ouders. “Eerst ‘s ochtends met z’n allen naar de kerk en dan kregen de kinderen muziekles. Grappig, eigenlijk, nu ik er aan denk: er werd eigenlijk nooit gezongen.” Na drie minuten van Pathétique onderbreekt ze de muziek met: “Daar kan ik niet tegen, die overgang, lijkt wel of er een steen invalt.” Ik druk op pauze.

En daarmee valt de communicatie even stil totdat ze me, met enige dictie, toespreekt:

“Muziek van bloemen kan je ook laten horen. Bepaalde dingen in de muziek die tekenen. De verbeelding allemaal, het draait hier in je hoofd. Via muziek kan je het onderwerp uitduiden. Moet je wel fantasie voor hebben.”

Achteraf gezien vond ik dit de openbaring van dat uurtje muziek. Ze geeft hiermee precies aan wat ze wil horen. Ze heeft het over muziek die aan de hand van (subjectieve) indrukken wordt gemaakt. Sfeer is daarbij belangrijker dan de (individuele) emotie (zoals die wel tot uitdrukking komt in bovenstaande muziekstukken). Het moet intiemer, niet zo bombastisch, verbeelding wil ze horen!

En zoals Proust schrijft, zo componeert Debussy. We luisteren naar “De l’aube à midi sur la mer” uit La Mer. En de floodgates gaan open. “De zee vertegenwoordigen in klanken, knap hoor, ik hoor de rollingen van de golven.” En ze onderstreept haar woorden met sierlijke golfbewegingen van haar vingers over de leuning van het bed. “Een boek en muziek gaan vaak samen – door te luisteren kun je erachter komen wat het betekent. (…) Je gaat een strandwandeling maken en dat wil je omzetten naar muziek. Moet je heel gevoelig voor zijn.” En ze beweegt haar hoofd mee op de golfslag van de muziek. “Klanken komen soms van binnen uit en de één vindt de zee mooi vanaf die kant, en de ander vanaf de andere kant.”

Inderdaad, wil je de sfeer, het geluid en het beeld van de zee verbeelden met muziek, dan krijg je zoveel interpretaties als er mensen zijn. En dat is het vrije van de impressionistische muziek van Debussy, Satie, Ravel en soms Fauré – de verbeelding is aan de upper hand en alles mag, als de sfeer maar goed is. Als het maar goed (aan) voelt (dit in tegenstelling tot de ‘strenge’ uitstraling die de (kerk) orgelstukken van Bach op haar hadden).

Ik kan hierna niet zoveel meer in diezelfde sfeer bedenken en pak een krachtig medicijn, ter afscheid: de Letse sopraan Inessa Galante, met Caccini’s “Avé Maria”. Ik heb Galante pas sinds kort ontdekt en ben helemaal weg van haar glooiende en trefzekere stemgeluid. Ik laad me er vaak mee op.

Mevr. Hamer steekt haar duim op ter herkenning, roemt Galante’s “heldere stem” en fronst bij de hoge tonen die Galante af en toe pakt. Dan staat ze plotseling verkwikt op en geeft de activiteiten begeleider drie dikke zoenen. Ze had er van genoten. Ze staat op van bed, schudt ons hartelijk de handen en laat ons keurig uit. “Het is ook de herinnering aan vroeger”, zegt ter afscheid. “Het meeste is weggevaagd of stuk gegaan, maar (door de muziek) komt het weer terug.”

“Ik verkeer in de luwte maar uw muziek overlapt met een gedeelte van mijn zijn.”

Een week later ben ik er weer. De activiteiten begeleider krijgt meteen een zoen bij binnenkomst. We draaien eerst Satie en bij Saint-Saëns (“Le Cygne” uit Le Carnaval des Animaux) prevelt ze, “Ik verkeer in de luwte maar uw muziek overlapt (met) een gedeelte van mijn zijn.” En als ik haar vraag haar wat ze hierna wil horen, is het antwoord: “Ik laat het aan u over. U voelt het wel aan.” En dus draaien we nog Dvořák, Tchaikovsky en belanden zelfs even een beetje in de jazz met Gershwin’s “The Man I Love” in een klaterende piano uitvoering van Alexandre Tharaud. En nu krijg ik ook een zoen ter afscheid.

The healing power of music. Wat kan het toch eenvoudig zijn, als je maar de juiste muziek weet te vinden. Muziek communiceert, maakt beelden en herinneringen los en verbetert daarmee direct de kwaliteit  van leven.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *